Hoeveel krabpalen per kat heb je nodig?

Laatst bijgewerkt 18 augustus 2026

Er staat een krabpaal in de woonkamer, en toch krabt er iemand aan de bank. Of je hebt er net een tweede kat bij en vraagt je af of één paal voor allebei genoeg is. Het antwoord hangt minder af van het aantal katten dan je denkt, en meer van hoe die plekken over je huis verdeeld staan.

Krabben is namelijk niet alleen nagelonderhoud. Je kat rekt zich uit, laat een zichtbare kras achter en zet er geur bij. Dat doet hij op verschillende plaatsen in zijn leefgebied, en bij meerdere katten hoort daar ook nog bij dat niemand langs een ander hoeft om erbij te kunnen. Hieronder eerst het overzicht per situatie, daarna de vuistregel en de uitleg.

Snel antwoord

Hoeveel krabpalen heb je per kat nodig?

  • De gangbare vuistregel bij meerdere katten is het aantal katten plus één, verdeeld over verschillende plekken in huis.
  • Ook bij één kat zijn twee krabplekken praktischer dan één, zeker in een huis met meerdere verdiepingen.
  • Een krabplek hoeft geen volledige paal te zijn: een krabplank of krabmat telt mee, mits hij stevig ligt of hangt.

Aantal krabplekken per situatie

Lees de rij die bij jouw huis hoort. De aantallen zijn een praktische ondergrens, geen norm: meer plekken zijn vrijwel altijd beter dan minder.

Situatie Krabplekken Waar je op let
Eén kat, gelijkvloers appartement Minimaal 2 Eén hoge paal in de woonkamer, plus iets plats bij de slaapplek
Eén kat, huis met verdiepingen 2 tot 3 Op elke verdieping waar hij komt minstens één plek
Twee katten Minimaal 3 Verspreid over verschillende kamers, niet naast elkaar
Drie katten Minimaal 4 Zorg dat niemand langs een ander hoeft om erbij te komen
Kitten in huis Reken op 2 Laag en heel stabiel; hij groeit er binnen een jaar uit
Oude kat of kat met stijve gewrichten Reken op 2 Lage of schuine krabvlakken naast de bestaande paal
Kat die aan de bank of deurpost krabt Eén extra, op die plek Het alternatief pal voor de probleemplek, niet elders in de kamer

De vuistregel: aantal katten plus één

Voor voorzieningen die katten onderling kunnen claimen, wordt vaak de regel aangehouden van het aantal katten plus één. Die vuistregel kom je onder meer tegen in de kattenadviezen van het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren (LICG), en hij wordt ook toegepast op kattenbakken, drink- en eetplekken en rustplaatsen.

De gedachte erachter is eenvoudig: als er precies evenveel plekken zijn als katten, kan één kat de laatste plek bezet houden en heeft een ander niets meer. Met één plek extra is er altijd ergens ruimte, ook als het even schuurt tussen twee huisgenoten. Bij één kat vervalt dat argument, maar dan blijft de spreiding over het huis staan.


Waarom één krabpaal meestal te weinig is

Een kat krabt niet op één vaste plek maar op meerdere punten in zijn leefgebied, en vooral op de momenten dat hij ergens aankomt of net wakker is. Wie thuiskomt ziet dat gedrag vaak bij de voordeur, en wie ’s ochtends opstaat ziet het bij de slaapplek. Eén paal in de woonkamer dekt dus maar een deel van die momenten.

Daar komt bij dat krabben ook een boodschap is. Een kras met geur eraan is zichtbaar voor de andere katten in huis, en die boodschap zet hij op plekken die ertoe doen: bij deuren, langs routes, in de kamer waar het gezin zit. Een tweede plek is daarom zelden overbodig, ook bij een enkele kat. Wordt de paal die er staat helemaal niet gebruikt, kijk dan eerst bij een kat die de krabpaal niet gebruikt, want dan is bijplaatsen niet de eerste stap.


Verdeel ze over het huis, niet over de kamer

Twee krabpalen die in dezelfde hoek staan, tellen in de beleving van een kat als één plek. Dat geldt zeker bij meerdere katten: als beide plekken vanaf dezelfde stoel te overzien zijn, kan één kat ze allebei bewaken zonder ook maar op te staan.

Een praktische verdeling

Zet de eerste plek in de kamer waar het gezin het vaakst zit, op de looproute of vlak bij het raam. De tweede komt bij de slaapplek van je kat, en dat is niet altijd dezelfde ruimte. Woon je op meerdere verdiepingen, dan hoort er minstens één plek op elke verdieping waar je kat regelmatig komt. In een appartement kun je hoogte gebruiken in plaats van afstand: een paal op de grond en een krabplank aan de muur zijn twee verschillende plekken.


Verticaal en horizontaal tellen apart

Katten hebben een voorkeur voor de richting waarin ze krabben. De meeste gaan omhoog, tegen een paal of een deurpost, omdat ze zich daarbij volledig kunnen uitrekken. Een deel krabt liever plat: op de deurmat, het trapkleed of een kartonnen krabplank op de grond.

Heeft je kat een horizontale voorkeur, dan lost een tweede paal niets op en een platte krabplek wel. Weet je het niet, kijk dan naar wat er in huis sneuvelt. Voor de telling in de tabel hierboven maakt de vorm niet uit: een stevige krabmat, een kartonnen plank of een wandpaneel telt gewoon mee als krabplek, zolang hij niet wegschuift als je kat eraan trekt.


Weinig ruimte? Zo krijg je er toch meerdere kwijt

In een klein appartement voelt drie krabplekken als veel meubilair. Dat hoeft het niet te zijn, want alleen de eerste plek hoeft een volwaardige paal te zijn. De rest mag klein en onopvallend.

  • Ga de hoogte in. Een smal, hoog model neemt weinig vloer in beslag en biedt tegelijk de rekhoogte die een kat zoekt.
  • Gebruik de muur. Een krabplank aan de wand of aan de zijkant van een kast kost geen vloeroppervlak.
  • Werk laag en plat. Een kartonnen krabmat past onder de bank of naast de slaapplek en verdwijnt visueel.
  • Combineer functies. Een model met een ligplek erop is tegelijk krabplek en slaapplek, wat ruimte scheelt.

Kijk daarbij wel naar stabiliteit: hoe smaller de voet, hoe eerder een paal kantelt als je kat er met kracht aan trekt. De controlepunten daarvoor staan bij krabpaal en stabiliteit.


Kittens, oude katten en grote katten

Een kitten heeft vooral iets nodig dat laag en volstrekt stabiel is, want hij oefent er ook zijn klimwerk op. Reken erop dat hij binnen een jaar te groot is voor dat eerste paaltje; dat is normaal en geen miskoop, maar houd er rekening mee bij je aankoop.

Bij oudere katten zie je het omgekeerde. Uitrekken tegen een hoge paal gaat minder makkelijk, en dan wordt een lage of schuine krabplek belangrijker dan een extra hoge. Krabt een oudere kat opeens veel minder of merk je dat hij moeite heeft met strekken, laat hem dan nakijken door de dierenarts in plaats van meteen iets nieuws te kopen. Grote en zware rassen vragen juist het tegenovergestelde: langere en dikkere palen op een zware voet, wat uitgewerkt staat bij een krabpaal voor een grote kat.


Veelgemaakte fouten

  • Alle krabplekken in dezelfde hoek zetten. Dat telt voor een kat als één plek.
  • Bijplaatsen terwijl de eerste paal wordt genegeerd. Los eerst op waarom die niet werkt, anders staan er straks twee onbenutte palen.
  • Alleen verticaal aanbieden. Katten met een platte voorkeur blijven dan op het kleed krabben.
  • Bij twee katten precies twee plekken. Dan kan één kat de laatste plek claimen en heeft de ander niets.
  • Kleine plekken op wielen of los op een gladde vloer. Wat wegschuift, telt niet mee als krabplek.
  • Een versleten paal laten staan en er een bijzetten. Glad geworden touw biedt geen grip meer; vervangen of repareren gaat voor.

Wat is je volgende stap?

Weet je hoeveel plekken je wilt, dan volgt de vraag welk type waar past: een hoge paal in de woonkamer, iets plats bij de slaapplek en misschien een wandpaneel voor de hoogte. Waar je op let bij hoogte, voet en materiaal staat in de gids over de krabpaal.

Krabt er ondertussen iemand aan de bank, begin daar dan mee, want dat is de plek waar het alternatief het hardst nodig is. Hoe je dat stap voor stap omleidt, lees je bij een kat die aan de bank krabt.


Veelgestelde vragen

Is één krabpaal genoeg voor één kat? Het kan, maar twee plekken werken in de praktijk beter: één in de kamer waar het gezin zit en één bij de slaapplek. In een huis met verdiepingen hoort er op elke verdieping waar je kat komt minstens één te staan.

Hoeveel krabpalen bij twee katten? Reken op minstens drie krabplekken, verdeeld over verschillende kamers. Met evenveel plekken als katten kan één kat de laatste plek bezet houden.

Telt een krabplank of krabmat ook mee? Ja, zolang hij stevig ligt of hangt en niet wegschuift als je kat eraan trekt. Katten met een horizontale voorkeur hebben er zelfs meer aan dan aan een extra paal.

Mogen twee krabpalen naast elkaar staan? Dat mag, maar het telt als één plek. Voor de spreiding win je er weinig mee, zeker als je meerdere katten hebt.

Waar zet ik de tweede krabpaal neer? Bij de slaapplek van je kat, of op de tweede verdieping waar hij komt. Krabt hij ergens dat jou niet uitkomt, dan is dat de beste plek voor het extra exemplaar.


Samenvatting

Bij meerdere katten geldt de vuistregel van het aantal katten plus één, verdeeld over verschillende kamers en verdiepingen; ook één kat is doorgaans beter af met twee krabplekken dan met één. Een krabplek hoeft geen volwaardige paal te zijn: een stevige krabplank of krabmat telt mee, en katten met een platte voorkeur hebben daar zelfs meer aan. Zet ze niet bij elkaar in dezelfde hoek, want dat is voor een kat één plek.

Bekijk het overzicht per situatie


Lees ook